Het project Erve Kraesgenberg

De naam Erve Kraesgenberg wordt voor het eerst genoemd in het Schattingsregister van Twenthe en wel in 1475. Uit onderzoek is gebleken, dat de oorspronkelijke boerderij eiken gebinten en een sporenkap bevatte van rond 1610. Dat betekent dat er tenminste 11 generaties in de boerderij geleefd en gewerkt moeten hebben. Het erve wisselde in de loop der eeuwen regelmatig van eigenaar, maar werd eigenlijk altijd bewoond door een Kraesgenberg. In 1903 kwam het uiteindelijk ook in het bezit van de familie Kraesgenberg.

Om bedrijfstechnische redenen was de eigenaar in 1990 van plan de boerderij te slopen en had daarmee ook al een begin gemaakt. Dat was mogelijk omdat op dit, uit historisch oogpunt zeer interessante erf, geen enkele bescherming rustte.

Vanuit de Losserse gemeenschap kwam de wens naar voren Erve Kraesgenberg voor het nageslacht te bewaren en in z’n volle glorie elders te laten voortbestaan. Om dit te kunnen realiseren werd in 1992 de Stichting Erve Kraesgenberg opgericht.

In 1994 werd de boerderij op z’n oorspronkelijke plek zeer vakkundig gesloopt en werden de markante -en van gesneden telmerken voorziene- gebinten, de oude stenen, dakpannen, plavuizen en overige historische delen opgeslagen. Deze voorraad materialen groeide al snel door giften van de bevolking en bedrijven in de vorm van authentieke bouwmaterialen.

Nadat de gemeente Losser het terrein van het voormalig openluchtzwembad en de bijbehorende ligweide als culturele locatie had aangewezen, kwam alles in een stroomversnelling. Het was voor de Stichting Erve Kraesgenberg de ultieme gelegenheid om hier de oude boerderij, aangevuld met de nodige bijgebouwen, een plaats te geven.

kb010Voor de herbouw van het erf kon een beroep worden gedaan op de afdeling Werkgelegenheid van de gemeente Losser. Een plaatselijk werkgelegenheidsinitiatief voor langdurig werklozen verwierf Europese subsidie, waardoor het tot stand komen van het cultuurpark met historische bebouwing ook financieel binnen bereik kwam. In 1995 werd gestart met de (her)bouw van de boerderij en de overige panden. Als eerste object kwam het Wönnershoes met berging gereed, gevolgd door de wagenschuur, de hoofdboerderij, de bakspieker, de iemenschoer, de geitenstal (ook in Saksische stijl) en de tuffelkelder.