Openstelling: Van 1 okt - 31 mrt:

maandag t/m vrijdag
van 9:00 tot 16:30 uur*

 * Behoudens gebruik door besloten activiteit.

 Overijselse Jachtschotel

 overijsselse jachtschotelklein

Klik hier voor dit, en voorgaande recepten 

Streekgerechten bestaan ze eigenlijk wel?

Nederland is een relatief klein land meteen grote verscheidenheid aan landschappen, tradities en streekgebonden dialecten en gerechten. 'Maar wat zijn streekgerechten nu eigenlijk?' vroeg iemand me laatst. 'Nou ja, gerechten gemaakt van grondstoffen uit de streek zelf', opperde ik. Dus een recept met Sallandse asperges levert een Sallands streekgerecht op?', werd gesteld. 'Zou kunnen' opperde ik, maar het hoeft niet. Want de aspergeteelt mag een paar honderd jaar geleden dan wel zijn ontstaan op de Sallandse zandgronden, om van daaruit te verschuiven naar de geestgronden in Zuid-Holland, vervolgens naar de zandgronden in West Brabant en Noord Limburg om nu weer -zij het op veel beperkter schaal- weer in Salland teruggekeerd te zijn. Maar gerechten daarmee leveren nog geen specifiek streekeigen gerechten op.

Lees verder

receptengroot

overijsselse jachtschotelIngrediënten:

Voor 6 personen

800 g sukade- of magere runder riblappen, in dobbelstenen
2 el bloem
2 el zonnebloem- of olijfolie
100 g boter + een beetje om in te vetten
50 g spekblokjes
2 uien, gesnipperd
4 kruidnagels
10 gekneusde jeneverbessen
2  laurierbladeren
1 pijpje (30 cl) donker bier (bijv. van Hüttenkloas)
2 plakjes ontbijtkoek, in dobbelstenen
2 appels, geschild en in ringen
2 beschuiten, verkruimeld)

Voor ca 900 g (zelfgemaakte) aardappelpuree:

1 kg kruimige aardappelen
200 ml volle melk
100 g boter
mespunt nootmuskaat
2 eieren

Voorbereiding:

Jachtschotel is een typisch wintergerecht dat van oorsprong werd gemaakt van restanten wild, aardappelen en uien. Later werden daar ook andere restvlees voor gebruikt, zodat het gerecht ook na het jachtseizoen gemaakt kon worden. Tegenwoordig wordt er veelal gehakt voor de vulling gebruikt. De naam had overigens niets uitstaande met een exclusieve band met jagers, maar louter met het type vlees dat er aanvankelijk voor werd gebruikt.

Gebruik voor het snel aanbakken van vlees een mix van olie en boter. De olie kan hoger verhit worden en daardoor schroeit het vlees sneller dicht .De boter geeft een mooie bruine kleur en een betere smaak.

Bestrooi het vlees met de bloem; schud de overtollige bloem eraf. Laat in een braadpan de olie en de helft van de boter heet worden en bak hierin het vlees goudbruin. Schep de spekblokjes en de gesnipperde uien erbij en laat ze even meebakken tot de spekjes lichtbruin kleuren. Voeg de kruidnagels, de jeneverbessen en de laurier toe en breng het gerecht op smaak met zout en (versgemalen) peper.

Schenk het bier bij het vlees in de pan en roer goed door. Plaats de deksel op de pan en laat het vlees ongeveer 2,5 uur op yen lage warmtebron sudderen. Schep het vlees regelmatig door om aanbranden te voorkomen. Voeg, wanneer het vocht te veel verdampt en nog niet vlees nog niet gaar is, wat water toe. Schep de ontbijtkoek bij het vlees in de pan en laat het nog een halfuur zachtjes doorkoken. Zet daarna koel weg tot gebruik.

Bereiding:

Verwarm de oven voor op 250°C.'

Maak de aardappelpuree. Kook de aardappelen met een beetje zout in ca 20 minuten gaar. Giet af. Verwarm intussen in  een ander pannetje de melk met de boter en de nootmuskaat. Maak van de aardappelen (met een pureeknijper die geeft het lekkerste resultaat) of de stamper puree. Giet de warme melk erbij totdat de gewenste smeuïgheid is bereikt.

Warm het vlees weer op. Vet de ovenschaal in met boter. Schep het stoofvlees met alle ingrediënten en het stoofvocht in de schaal en bedek het met een laagje aardappelpuree. Verschillende laagjes leggen kan ook.

Leg als laatste de plakken appel er bovenop en bestrooi met de verkruimelde beschuit. Zet de jachtschotel ongeveer 15 minuten in de voorverwarmde oven tot de bovenkant goudbruin is. Zet eventueel nog 2 minuten onder de bovengril voor extra kleur.

Reken op een bereidingstijd van ca. 30 minuten + ca. 3 uur stooftijd.

Serveren:

Direct zo heet mogelijk uit de oven opdienen.

Drinksuggestie:

Bij zo'n heerlijke streekschotel past natuurlijk een ambachtelijk gebrouwen 'paters' bier of zwaar bier uit de streek. De brouwers van Hüttenkloas' hebben die vast en zeker in het assortiment. Vraag er uw speciaalslijter naar. Wie niet in het oosten van het land woont kan ook op zoek gaan naar een donker abdijbier, bijvoorbeeld uit Brabant of België. Schenken op 14-16°C.

Voor vragen, suggesties en het inzenden van uw favoriete streekrecepten kunt u altijd terecht bij Ton Borghouts ( Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. ).

Kniepertjes, of op zijn Twents: kniepekes, zijn geen echt lokale specialiteit. Ze komen her en der in Nederland voor. Er zijn bovendien twee versies van: plat, vergelijkbaar met een stroopwafel en als rolletje. De platte versie wordt vooral in Drenthe en Overijssel gegeten, de opgerolde versie (nieuwjaarsrolletjes) meer in Groningen, Twente en de Achterhoek. Het bakken ervan is al een eeuwenoude traditie.

In Overijssel worden de kniepertjes op oudejaarsdag traditioneel plat gegeten en op nieuwjaarsdag als een rolletje. Dit heeft symbolische betekenis. Het platte kniepertje staat voor het jaar dat zich al helemaal heeft ontvouwen, het opgerolde koekje (eventueel gevuld met slagroom) is het nieuwe jaar dat zich nog moet uitrollen. De versnapering dankt zijn naam aan het dichtknijpen van het bakijzer.
Bij dit oude baksel gaat het meer om de sfeer die het maken ervan oproept, dan om een bijzondere smaak. Kniepertjes worden vooral rond de jaarwisseling gebakken en .gegeten, maar tegenwoordig liggen ze al ruim voor kerst en vervolgens de hele winter door in de winkels. Als vershapering op een winterwandeling of midwinterhoorn-blaaspartij en natuurlijk op plaatsen waar oude ambachten worden gedemonstreerd.

Vroeger gebeurde dat bakken in een speciaal ijzer boven het smeulend vuur, net zoals wafels werden gebakken. Tegenwoordig worden vaak elektrische wafelijzers gebruikt waarmee het eigenlijk niet kan mislukken. Het recept is niet ingewikkeld en de ingrediënten gemakkelijk verkrijgbaar.

 

 

 

 

kniepertjesIngrediënten:

250 g bloem
200 g witte basterdsuiker
125 g boter
1 ei, losgeklopt
1/2 tl kaneel
1 zakje vanillesuiker
extra boter om de bakijzers in te vetten
Eventueel:
slagroom
glaasje cognac of andere eau-de-vie

Voorbereiding:

Los de suiker in 1,5 dl water op. Laat de boter smelten in de vloeistof. Zeef de bloem en roer er het ei met de kaneel door. Voeg het suikerwatermengsel geleidelijk toe, zodat een mooi glad deeg ontstaat. Laat een nacht afgedekt rusten.

Bereiding:

Verhit een rond, plat wafelijzer of bakplaat flink en vet het in. Leg een bolletje deeg ter grootte van een stuiter in het midden van het ijzer, knijp het ijzer dicht en bak aan beide kanten in 1 tot 2 minuten op halfhoge warmtebron gaar. Leg het net gebakken kniepertje weg om af te koelen. Wikkel het, als het nog niet helemaal koud en dus nog zacht is rond tot een rolletje. Bijvoorbeeld rond de steel van een houten pollepel. Laat afkoelen. Vul eventueel vlak voor het serveren met slagroom.

Serveren:

Lekker bij een mok dampende chocolademelk of een kopje koffie of thee.

Voor vragen, suggesties en het inzenden van uw favoriete streekrecepten kunt u altijd terecht bij Ton Borghouts ( Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. ).

  

Hoewel je steeds meer krentenwegge ziet met een vulling van amandelspijs, zit er van origine geen spijs in. We volgen dan ook grotendeels het originele recept, met slechts een kleine variant in de vorm van toegevoegde oranjesnippers en sukade, die het net even luxer maken dan het ooit door de gewone bevolking werd gekocht of zelf gebakken. Klik hier om meer te weten te komen over de historie van de krenten- of kraamschudderswegge, zoals dit brood ook wel wordt genoemd. Maar dan was het wel een meter of nog langer en moest het vaak op een ladder worden vervoerd.

 

 

 

 

Reken voor deze klein-formaat ‘thuiswegge’ op een bereidingstijd van tenminste 90 minuten.

Ingrediënten:
Voor 1 kleine wegge:
500 g bloem
3 dl melk, lauwwarm
35 g verse gist
2 eieren
1,5 el vanillesuiker
100 g gesmolten boter
250 g rozijnen
250 g krenten
75 g oranjesnippers
125 g gesneden sukade

Voorbereiding:
Zeef de bloem en maak een soepel deeg met de in 1 dl lauwe melk opgeloste gist, wat zout, 2 eieren, de vanillesuiker, de gesmolten boter en de rest van de melk. Doe het deeg over in een schaal, dek af met een vochtige doek en zet de bak weer in een grotere bak met warm water (au Bain-Marie) en laat het op een warme plaats een half uur rijzen.  

Bereiding:
Was de krenten en rozijnen, laat ze uitlekken en kneed ze met de oranjesnippers en de sukade door het deeg. Laat het deeg weer 15 minuten, rijzen. Vet de bakplaat in. Vorm van het deeg een dik brood van 40 cm lengte en leg dit op de bakplaat. Laat de wegge in een open oven bij 50°C nog 15 minuten narijzen. Verwarm de oven nu tot 200°C, Bestrijk het brood intussen met wat melk. Bak het brood gaar en goudbruin in ca, 30 à 40 minuten. Het brood is gaar wanneer een breinaald, die in het brood wordt gestoken, er droog uitkomt. Laat het brood uitdampen.  

Serveren:
Lekker met een kopje koffie of thee.

Voor vragen, suggesties en het inzenden van uw favoriete streekrecepten kunt u altijd terecht bij Ton Borghouts ( Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. ).